Posts tonen met het label ziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziek. Alle posts tonen

donderdag 6 oktober 2016


Afbeeldingsresultaat voor rat weil

Het aantal gevallen van de ziekte van Weil bij mensen is de afgelopen jaren opeens toegenomen. Dit lijkt samen te hangen met de toenemende overlast door ratten. Dat blijkt uit cijfers die het NTR-programma De Kennis van Nu heeft bemachtigd. Voor hondenbezitters is dit nieuws dubbel belangrijk omdat ook hun huisdier deze ziekte kan krijgen.
De ziekte van Weil, een ernstige vorm van leptospirose, is een oorspronkelijk tropische infectieziekte die in ons land wordt overgebracht door onder andere de bruine rat. Uit recent onderzoek blijkt dat bijna de helft van alle bruine ratten in Nederland de ziekte van Weil bij zich draagt. De ziekmakende bacteriën komen via hun urine in het oppervlaktewater of de modder terecht en kunnen vervolgens andere dieren en ook mensen besmetten. Uit de recente cijfers blijk dat in een jaar tijd het aantal geconstateerde ziektegevallen van de ziekte van Weil bij de mens acht keer zo hoog is geworden. 
De ziekte van Weil bij de hond
De ziekte van Weil is bij hondenbezitters bekend omdat dit een van de ziekten is waartegen men de hond kan laten inenten. Uit deze cijfers blijkt dan ook dat het erg belangrijk is om de vaccinatie goed op orde te houden.
Doordat de ziekte wordt overgedragen via urine of met urine besmet water, is zeker bij honden die zwemmen of in waterrijk gebied wonen de kans op besmetting groot. Ook kan de hond besmet worden via urine van andere honden. Ziekteverschijnselen bij honden met de ziekte van Weil zijn verschillend, omdat er verschillende leptospirose-bacteriën zijn. Geelzucht, diarree en braken, bloedingen en nierproblemen worden het vaakst gezien. Vaccinatie verkleint de kans op een besmetting aanzienlijk. De vaccinatie moet jaarlijks herhaald worden. Zie voor meer informatie daarover ons Praktisch document over Vaccinatie van de hond. De ziekte van Weil kan ook via de urine van de hond worden doorgegeven aan mensen.
Ook toename in omringende landen
Uit nog niet gepubliceerde cijfers in handen van De Kennis van Nu blijkt dat leptospirose bij de mens vóór 2014 nauwelijks voorkwam binnen onze landsgrenzen. Maar tussen 2014 en 2015 schoten de cijfers plots omhoog van 7 naar 60 geconstateerde menselijke ziektegevallen: meer dan een verachtvoudiging. Ook in Duitsland, Frankrijk en België schoten de ziektecijfers tussen 2014-2015 snel omhoog, richting de 1000 geconstateerde ziektegevallen in één jaar. Internationaal Weil-expert Rudy Hartskeerl verwacht daarbij een verdere stijging in de komende jaren: het opwarmende klimaat zorgt ervoor dat ratten makkelijker kunnen overwinteren en dat hun uitgescheiden bacteriën langer overleven in open water. Dat maakt de rat volgens hem ‘een notoire ziektebron, die beter in de gaten gehouden moet worden.’
De ziekte van Weil bij de mens
Mensen kunnen de ziekte van Weil krijgen tijdens zwemmen in besmet water als de bacteriën via de mond, neus, ogen of wondjes binnendringen. Weil-patiënten kunnen diverse sypmtomen ontwikkelen, waaronder hoge koorts, verlies van nier- en leverfuncties, en soms hersenvliesontsteking of longbloedingen. Ook na een effectieve antibioticabehandeling houden zij vaak last van vermoeidheidsklachten.
Het RIVM heeft in het licht van de snelle stijging aangegeven begin 2017 een onderzoek te willen starten naar de ziekte van Weil.

woensdag 13 januari 2016

Meeroken


Roken : slecht voor uw gezondheid maar ook dat van uw huisdier.

Het is algemeen bekend dat roken slecht is voor de gezondheid van de roker en ook voor de mensen om de rokers heen (passieve rokers). Maar roken is ook slecht voor de gezondheid van de huisdieren die bij de rokers in huis wonen. De honden en katten die in huis wonen met rokers ademen de rook niet alleen in, maar als ze hun vacht verzorgen likken ze de giftige stoffen ook op. Passief roken is in verband gebracht met mondkanker en lymfomen bij katten, long- en neuskanker bij honden, maar ook longkanker bij vogels. 

De gevolgen van roken voor dieren 

Door herhaaldelijke en langdurige blootstelling aan sigarettenrook kunnen de keel, de luchtpijp en de bronchiën van uw hond of kat een heuse ontstekingshaard worden. Dat zal zich uiten in een chronische, pijnlijke en vermoeiende hoest. Een chronische bronchitis kan zich uitbreiden in de longen en uw huisdier kan uiteindelijk een longontsteking krijgen. Maar dit zijn niet de enige effecten van passief roken op de gezondheid van uw dier. De toxische stoffen die door de sigaret worden verspreid, kunnen bij honden leiden tot kanker van de snuit, de keel en de longen. Ook katten worden niet gespaard, want naast ademhalingsproblemen veroorzaakt het roken bij hen ook de kans op ontwikkeling van een lymfoom of lymfeklierkanker. Deze kwaadaardige tumor komt veel voor bij katten en tast hun levensverwachting ernstig aan. 

De gevolgen van roken bij de kat.

Uit onderzoek bleek dat het aantal katten met mond- en keelkanker (ook bekend als plaveiselcelcarcinoom) hoger was voor degenen die wonen in huizen met rokers dan degenen die leefden in een rookvrije omgeving. Katten die leven met rokers hebben ook twee keer zoveel kans op maligne lymfoom, een vorm van kanker die ontstaat in de lymfeklieren. Drie uit de vier katten met deze ziekte sterven door deze ziekte.

De gevolgen van roken bij de hond. 

Studies hebben ook aangetoond dat honden die veel blootgesteld zijn aan rook, gevoelig zijn voor kanker rondom de neus- en sinusgebied, met name bij rassen met een langere snuit. Door de langere snuit is er een groter oppervlak dat blootgesteld is aan kankerverwekkende stoffen. Honden die besmet zijn met neuskanker hebben een levensverwachting van 1 jaar na het stellen van de diagnose. Honden met een plattere snuit zijn gevoeliger voor longkanker. Door herhaaldelijke en langdurige blootstelling aan sigarettenrook zal de hond gaan lijden aan een chronische, pijnlijke en vermoeiende hoest. Een chronische bronchitis kan zich uitbreiden naar de longen en de hond kan uiteindelijk een longontsteking krijgen. Een goede reden om te stoppen met roken. Heeft u huisdieren en rookt u en is de wil om te stoppen nog niet helemaal aanwezig dan kan deze informatie misschien u toch een extra duwtje in de rug geven voor betere gezondheid voor u en uw geliefde huisdier(en).

bron: www.dierenkliniekgo.nl

donderdag 17 december 2015

RHD bij konijnen

Recent zijn vanuit diverse delen van het land (onder andere regio Nijmegen, Groningen, Utrecht) meldingen binnengekomen over acute sterfte onder konijnen. Het gaat hier om wilde én tamme konijnen. Verschillende van deze konijnen zijn onderzocht door de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Uit dit onderzoek blijkt dat de dieren zijn gestorven als gevolg van de konijnenziekte VHD (Viral Hemorrhagic Disease), ook wel RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease) genoemd.

Aantallen en verspreiding 
Exacte gegevens over het spreidingsgebied en aantallen slachtoffers van VHD zijn niet te geven, ook al omdat er geen centrale registratie is van tamme konijnen èn omdat overleden konijnen niet altijd worden onderzocht (zie ook onze adviezen hieronder). 

Symptomen 
Een geïnfecteerd konijn zal veelal binnen 24-48 uur sterven. Benauwdheid en bloedingen zijn verschijnselen die bij deze konijnen soms gezien worden. Vaak is er echter niets te zien aan konijnen met deze ziekte totdat ze sterven.

Virus 
VHD is zeer besmettelijk en wordt veroorzaakt door een virus: het RHD-virus. Dat verspreidt zich door direct contact tussen konijnen en ook indirect via urine, uitwerpselen, water, voedsel, kleding, handen en hokken. Stekende insecten kunnen ook een rol spelen in de verspreiding. Het RHD-virus is niet gevaarlijk voor mensen of andere gezelschapsdieren zoals honden, katten, cavia’s en andere knaagdieren.

Van het RHD-virus zijn twee varianten bekend: het RHD1-en het RHD2-virus. Reden waarom het belangrijk is te weten welke virusvariant nu een rol speelt:


  • De vaccins die op dit moment in Nederland geregistreerd zijn, bieden namelijk geen bescherming tegen RHD2 (wél tegen RHD1).
  • De tijd die verstrijkt tussen het tijdstip van besmetting en het overlijden van het konijn is bij een RHD2-infectie langer (gemiddeld 3-5 dagen) dan bij RHD1 het geval is. Het virus krijgt daardoor meer tijd om zich te verspreiden.
Onder de konijnen waarbij VHD werd geconstateerd bevonden zich ook konijnen die gevaccineerd waren tegen VHD (RHD1). Hierdoor werd het aannemelijk dat er nu sprake was van een infectie met het RHD2-virus. Om te bevestigen welk virus bij de sterfte betrokken was is verder onderzoek uitgevoerd. 
Op 16 december is bevestigd dat deze zes onderzochte konijnen uit Utrecht en de regio Nijmegen inderdaad zijn overleden als gevolg van een infectie met het RHD2-virus. In de afgelopen week zijn er nog enkele andere konijnen onderzocht door de afdeling Veterinaire Pathologie waarin een beeld is gevonden dat sterk wijst op dezelfde infectie. Van deze dieren zal ook aanvullend onderzoek worden gedaan om aan te tonen om welke RHD-variant het gaat. 

Vaccin tegen RHD2 binnenkort beschikbaar in Nederland
Om te voorkomen dat een konijn ziek wordt van een besmetting met het RHD-virus, wordt geadviseerd het konijn jaarlijks te vaccineren met een vaccin als bijvoorbeeld het Nobivac® Myxo-RHD-vaccin. Dit vaccin geeft een goede bescherming tegen myxomatose en de gebruikelijke variant van het RHD-virus (RHD1). Het vaccin biedt echter géén bescherming tegen RHD2. In Nederland is op dit moment helaas nog geen vaccin tegen RHD2 beschikbaar. Maar inmiddels is duidelijk geworden dat in sommige andere EU-landen wel vaccins tegen RHD2 beschikbaar zijn. Daarom heeft de apotheek van de faculteit Diergeneeskunde inmiddels contact gelegd met de leverancier van dit vaccin en de verwachting is dat het vaccin in januari in Nederland beschikbaar zal zijn. Wij zullen u langs dit kanaal hiervan op de hoogte houden.

Verspreiding beperken 
Omdat het vaccin dat bescherming biedt tegen RHD2 nog niet beschikbaar is, is het extra belangrijk om maatregelen te nemen om besmetting en verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te voorkomen. 

Advies
De faculteit Diergeneeskunde adviseert de volgende maatregelen: 

Voor particuliere eigenaren van konijnen 


  • Ruimtes waar mogelijke besmette konijnen zijn geweest dienen grondig gereinigd te worden met water en zeep en daarna gedesinfecteerd te worden. Voorbeelden van bruikbare desinfectiemiddelen zijn onder andere Virkon-S® en natriumhypochloriet. Deze zijn te koop bij dierenspeciaalzaken, agrarische winkels etc. Uw dierenarts kan u hierover ook adviseren.
  • Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn. Kijk ook uit met het voeren van hooi of kuilvoer waarvan u vermoedt dat wilde konijnen er bij kunnen zijn gekomen. 
  • Goede (hand)hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken; was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn. 
  • Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Houdt u uw konijnen binnen? Wissel van schoeisel bij het naar binnen gaan. Houdt u uw konijnen buiten, bijvoorbeeld in een ren in de tuin? Dan kunt u daar het beste andere schoenen dragen dan dat u op straat draagt. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen. 
  • Laat bij acute sterfte onder uw konijnen een pathologisch onderzoek uitvoeren. Uw dierenarts kan u hierbij adviseren. 
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meld deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website www.dwhc.nl/report.html. 
  • Speciaal voor konijnenopvangadressen, kinderboerderijen etc.: het is aan te raden het ‘verkeer’ van konijnen te minimaliseren, tenzij er een goede quarantainevoorziening aanwezig is. Ieder nieuw konijn kan immers een risico inhouden. Zie verder hieronder.  
Voor opvangorganisaties van konijnen

Indien uw opvang een quarantaineafdeling heeft die gescheiden is van de adoptieafdelingen, dan kunt u nieuwe konijnen blijven opvangen. Let op het volgende: 

  • Isoleer elk nieuw konijn dat binnen komt en zorg ervoor dat dieren geen direct contact met elkaar kunnen hebben via tralies e.d. 
  • Houd het konijn vanaf binnenkomst geheel gescheiden voor 14 dagen, waarbij deze nieuwe dieren dagelijks goed in de gaten gehouden moeten worden: bij vermoeden van ziekte (vooral ademhalingsproblemen) moet u een dierenarts meteen om hulp vragen. 
  • Als er een ziek konijn op een adoptieafdeling gevonden wordt, wordt die afdeling meteen ook een isolatieafdeling, waarvoor dezelfde regels gelden als voor een quarantaineafdeling. 
  • Als het voor uw opvang niet mogelijk is om nieuwe dieren van de opvangdieren te isoleren, neem dan geen nieuwe dieren aan, maar verwijs naar een opvang met een goede quarantaineafdeling. Stel uw gemeente daarvan op de hoogte! 

Hygiëneregels voor opvangorganisaties: 



  • Gebruik per konijnenafdeling aparte werkkleding (= werkjas en aparte schoenen) en laat die bij het verlaten van de afdeling achter op de afdeling. 
  • Laat het personeel vanuit de quarantaineafdeling niet toe op de adoptieafdelingen. Bij voorkeur heeft elke afdeling eigen medewerkers zodat er geen overdracht van ziekte kan plaatsvinden tussen afdelingen. 
  • Laat publiek dat een konijn wil adopteren, niet toe op de quarantaine- of isolatieafdeling. Stel het koppelen van konijnen voor adoptie uit tot later: laat geen particulier konijn in contact komen met konijnen van een adoptieafdeling. 
  • In de quarantaineafdeling gebruikt u bij voorkeur wegwerpoveralls, plastic handschoenen en overschoenen of schoenen die alleen in de quarantaine gebruikt mogen worden (zet speciale laarzen bij de deur, zodat u geen eigen schoenen in de quarantaine gebruikt). 
  • Tussen het hanteren van twee verschillende konijnen in dienen de handen gewassen te worden met water en zeep en gedesinfecteerd te worden met handalcohol. 
  • Tussen het gebruik van schoonmaakmaterialen zoals veger en blik en poepscheppen, materialen steeds reinigen en desinfecteren na gebruik in een kooi. 
  • Alle schoonmaakmaterialen en voederbakken e.d. blijven op de afdeling waar ze gebruikt worden: verplaatst geen materialen binnen de opvang. 
  • Alle afval van een afdeling met konijnen dient in gesloten plastic zakken binnen de opvang vervoerd te worden en meteen in een gesloten buitencontainer afgevoerd te worden. Als er een konijn ziek wordt en dood gaat (of geëuthanaseerd wordt), dient het hok, de etensbakken en directe vloeromgeving eerst met zeep en water gereinigd te worden. Spoel daarna goed af en desinfecteer dan met een chlooroplossing of een oplossing van Virkon-S®. Lees de bijsluiter van de middelen goed door en neem de inwerktijden in acht! 
  • Voor een chlooroplossing kan vloeibare natriumhypochloriet gebruikt worden, maar beter en goedkoper is het gebruik van chloortabletten met de werkzame stof natriumdichloorisocyanuraat. Afhankelijk van de tabletdosering hoort de oplossing 1400 gr chloor op 1.000.000 gr water = 1400 ppm te bevatten. Vraag uw dierenarts om de juiste dosering te vinden! 
  • Zorg ervoor dat er geen insecten (vliegen, vlooien) of andere plaagdieren (muizen!) de verschillende afdelingen met konijnen kunnen binnendringen en op die manier de besmetting kunnen overdragen.
  • Volg verder de adviezen op m.b.t. voer e.d. die ook aan particuliere eigenaren gegeven worden. 
Voor dierenambulances 


  • Neem nu geen wilde zieke konijnen aan: als deze dieren met de ziekte besmet zijn, zullen ze snel sterven zonder dat er hulp geboden kan worden. Vervoer van deze dieren geeft veel risico voor besmetting van uw ambulance. 
  • Bij vervoer van tamme konijnen informeer eerst of de opvang de dieren wil opnemen: rondrijden met konijnen waar geen plaats voor is, is nu heel onverstandig. 
  • Bij vervoer van tamme konijnen, houd ze strikt gescheiden van elkaar, reinig vervoersmanden en de directe omgeving van de vervoersmand in de ambulance na afloop met water en zeep, spoel goed af en desinfecteer met een chlooroplossing of Virkon-S®. 
  • Neem bij voorkeur nu geen betaalde ritten aan van konijneneigenaren van en naar de dierenarts, als dezelfde ambulance ook gebruikt wordt voor het vervoer van tamme konijnen naar opvangcentra. 
  • Neem dezelfde hygiëneregels in acht die hiervoor onder het hoofdstuk van de opvangcentra staan. 
  • Reinig en desinfecteer de ambulance na elke rit met een (ziek) konijn. Zodra er meer nieuws bekend is over de ziekte-uitbraak en een nieuw vaccin, zal dat op deze plek bekendgemaakt worden.

donderdag 14 augustus 2014

Let op botulisme!



Er is op diverse plaatsen botulisme geconstateerd. Kijk op zwemwater.nl voor een veilige en schone zwemplek.

Kenmerken van deze ziekte bij herkauwers zijn een slappe tong, slikproblemen, stil liggen van de pens en darmen en algemene spierzwakte waardoor de dieren blijven liggen. Ook bij paarden wordt spierslapte, onwil om te bewegen en verlamming gezien. Slikproblemen zijn minder frequent. Vogels zijn veelal vleugellam. Honden zijn zeer zelden ziek en bij katten komt botulisme eigenlijk nooit voor. De ernst van de symptomen hangt bij dieren af van de hoeveelheid toxines die ze binnen gekregen hebben en of er tijdig een therapie ingesteld kan worden.

bron:RIVM

dinsdag 1 juli 2014

Besmettelijke liefde


Het ziet er heel lief uit als kinderen en honden elkaar aflikken. Echter is dit contact niet onschuldig. Hoe inniger het contact tussen huisdier en mens, des te groter de kans dat de resistente bacterie van dier op mens (en vise versa) overspringt. Door deze overdracht van bacteriën kunt u of uw kind ziek worden en door resistente bacteriën is deze ziekte moeilijk of soms zelfs niet te genezen. Resistente bacteriën zijn bacteriën die niet gevoelig zijn voor antibiotica.

  • 50% van Nederlandse huishoudens heeft een of meerdere huisdieren
  • 50% honden heeft een ESBL*- producerende bacterie in de ontlasting
  • 50% honden/katten komt op bed
  • 50% van de eigenaren laat zich door de hond in het gezicht likken 

ESBL is een Bijzonder Resistente Micro-Organismen, 1 van de BRMO. MRSA, MRSP en VRE vallen hier (o.a.) ook onder. 





Bron: Vedias

dinsdag 22 oktober 2013

Hondsdolheid bij twee puppy's


Bij twee puppy's in Rotterdam en Zaandam is hondsdolheid geconstateerd. Volgens de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit komen de hondjes uit Bulgarije en zijn ze uit hetzelfde nest. De puppy's zijn afgemaakt.
De GGD heeft 48 mensen opgespoord die in contact zijn geweest met de honden. Ze zijn zo nodig ingeënt. Er wordt nog gezocht naar de twee mensen die twee puppy's uit Bulgarije hebben vervoerd.
Mensen kunnen besmet raken als ze door een hond worden gebeten of worden gelikt. Hondsdolheid kan dodelijk zijn voor mensen.
Hondsdolheid komt vooral voor in Oost-Europa en Noord-Afrika. Voor het importeren van huisdieren uit deze gebieden gelden strenge eisen.
In Nederland komt hondsdolheid niet vaak voor. De laatste keer was in 2012. Toen werd er in Amsterdam een puppy aangetroffen met de ziekte. Daarvoor was er sinds 1991 geen hondsdolheid meer in Nederland voorgekomen.

woensdag 7 augustus 2013

Zwemverbod na dood honden



In Zeewolde zijn twee honden dood gegaan, nadat ze hadden gezwommen bij het Erkemederstrand. Vier andere honden werden ziek. Er is bij het gedeelte dat bekend staat als het Hondenstrand of het Evenementenstrand een zwemverbod voor mens en dier ingesteld.
Rijkswaterstaat heeft watermonsters genomen. Van één van de dode honden wordt de maaginhoud onderzocht. De andere hond is al gecremeerd. Waarschijnlijk zijn de onderzoeken aan het eind van de middag afgerond.
Voor andere delen van het Erkemederstrand aan het Nuldernauw gold al een waarschuwing, omdat er giftige blauwalg in het water was gevonden.
Controleer www.zwemwater.nl voordat u zelf of met de hond gaat zwemmen.

vrijdag 12 oktober 2012

Dode merels

ZEIST - De Vogelbescherming en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) in Utrecht worden platgebeld door mensen die willen melden dat ze een dode of lusteloze merel hebben gezien. De Vogelbescherming vroeg begin deze week om die meldingen, aangezien de organisatie verwacht dat het zogeheten usutuvirus zal opduiken onder de Nederlandse merelstand. 



Ziek 
Volgens een woordvoerder komen er vele honderden telefoontjes per dag binnen. "In 99% van de gevallen gaat het om gewoon een dode vogel, want elk jaar sterft ongeveer de helft van de 2 miljoen merels in Nederland. Pas als bijzonderheden van de melding daartoe aanleiding geven, stuurt het DWHC een koerier op pad om de dode vogel op te halen voor onderzoek", aldus de woordvoerder. Het usutuvirus heeft onder andere in Duitsland al een ware slachting aangericht onder merels. Muggen brengen het virus over. Besmette vogels worden ziek en overlijden na 2 tot 3 dagen. Volgens de Vogelbescherming kan het niet anders dan dat er ook in Nederland al zieke vogels zijn, maar een bevestiging daarvan is pas over enkele weken te geven.

Onderzoek 
Het DWHC onderzoekt dode merels op het virus. Omdat het nog niet eerder in Nederland is vastgesteld, moet een onderzoeker uit het buitenland een eventueel aangetroffen besmetting nog eens controleren. Die hele procedure neemt ongeveer 4 weken in beslag. De Vogelbescherming verwacht pas in de zomer van 2013 een echte uitbraak, aangezien er nu niet veel muggen meer zijn. Heel veel merels zullen aan het virus bezwijken, maar naar verwachting bouwen de vogels binnen een paar jaar immuniteit op. 

Huisdieren
Veel bellers maken zich zorgen over katten en honden, die met dode merels in contact kunnen komen. Voor alle zoogdieren geldt net als voor de mens dat het virus naar alle waarschijnlijkheid geen kwaad kan, meldt de Vogelbescherming.

bron: Sophia-vereeniging

dinsdag 18 september 2012

Vergiftiging bij huisdieren

Als een huisdier iets eet of drinkt wat niet voor hem/haar bestemd is, is het mogelijk dat het dier daarbij een vergiftiging oploopt. Veel stoffen die wij in huis hebben zijn ongezond voor dieren. Huishoudproducten, planten, medicijnen en andere stoffen zijn al gauw verdacht, maar ook etenswaren die voor de mens geen enkel kwaad kunnen, zijn voor dieren soms gevaarlijk. In dit document wordt een aantal van deze giftige stoffen besproken. 




Heeft uw dier iets verkeerds gegeten, laat het dan nooit zomaar braken. Bij diverse stoffen zorgt dit juist voor extra beschadiging van de slokdarm. Neem direct contact op met uw dierenarts. Deze kan u vertellen of u zelf al iets kunt doen of dat u zo snel mogelijk naar de praktijk moet komen. Houd indien mogelijk het verpakkingsmiddel van de opgenomen stof of het kaartje van de desbetreffende plant bij de hand zodat u de dierenarts precies kunt vertellen om welke stoffen het gaat. 
Moet u uw dier toch laten braken, gebruik daarvoor dan nooit zout! Hij kan daardoor een zoutvergiftiging krijgen en zelfs overlijden. Uw dierenarts kan uw dier een injectie geven waardoor hij gaat braken.
bron: www.licg.nl